Informatie voor diereigenaren 

Het juiste moment

Huisdieren zijn onderdeel van het gezin. Ze maken langere tijd deel uit van ons leven. Bij katten kan dat wel 20 jaar zijn en bij honden is 15 jaar ook niet zo gek meer. De kleinere dieren, zoals cavia’s en konijnen, fretten, muizen, ratten, reptielen en vogels leven vaak wat korter. Maar we zijn allemaal gek op ze en willen ze zo lang mogelijk bij ons houden.

Toch komt er vaak een moment dat wij, als baasje, moeten beslissen over het leven van ons dier. Het kan zijn dat je dier al ouder is en steeds meer klachten gaat krijgen, zoals pijn door artrose of tumoren. Het kan ook zijn dat het een jonger dier is, dat een ongeluk heeft gekregen of een ernstige ziekte. Als baasje moet je dan bepalen wat het juiste moment is om afscheid te nemen en te kiezen voor euthanasie. En dat is niet makkelijk, want het betekent ook het einde van de band met je dier.  

Als eigenaar kun je zelf naar je dier kijken en je afvragen:
– Wat kan het allemaal nog? Eten en drinken, wandelen, horen en zien.
– Heeft je dier nog lol in bepaalde dingen die het altijd leuk vond?
– Is het nog een dierwaardig leven?
– Wat zijn je eigen afwegingen, waarom je het moeilijk vindt om afscheid te
nemen van je dier? Had het dier een sterke band met iemand die er niet meer is of kun je hierna geen huisdier meer nemen i.v.m. je eigen leeftijd. 

Het is goed om te weten dat je bij deze moeilijke beslissing ook hulp kunt vragen aan je eigen dierenarts, assistente of dierenartsenpraktijk. Zij zijn expert op het gebied van de diergeneeskundige kennis en hebben ervaring met het maken van deze afweging. Ook is het vaak mogelijk om ondersteunende maatregelen te nemen bij jou thuis, om je dier het laatste stukje zo prettig mogelijk door te laten maken. Neem dus gerust contact op met je eigen dierenarts om dit soort zaken te bespreken.

De euthanasie zelf

Als het eenmaal zover is dat een euthanasie onontkoombaar is, dan is het goed om als baasje voor jezelf over een aantal zaken na te denken, die te maken hebben met de euthanasie. Voor veel dieren is het minder stressvol als de euthanasie aan huis kan plaatsvinden. Ze hoeven dan niet meer naar de praktijk gebracht te worden, maar blijven in hun eigen vertrouwde omgeving. Ook voor jou als baasje is het vaak prettiger aan huis. Je kunt zelf bepalen hoelang je afscheid wilt nemen en ook voor andere huisdieren biedt dit de gelegenheid om te zien dat hun huisgenoot is overleden. Het kan ook zijn dat je een sterke voorkeur hebt voor een bepaalde dierenarts uit de praktijk om de euthanasie uit te voeren. Misschien wil je dat je kinderen erbij kunnen zijn of afscheid hebben kunnen nemen van je dier? In een gesprek met je dierenarts en/of assistente kun je al dit soort zaken bespreken. De dierenarts kan dan ook aangeven wat de mogelijkheden zijn van de praktijk om tegemoet te komen aan je wensen. Een thuiseuthanasie is meestal mogelijk, maar niet altijd op ieder moment. Het is vaak handig om dit gesprek van tevoren te voeren. Iedere dierenarts zal zijn best doen om de euthanasie zo goed en voor u zo prettig mogelijk te laten verlopen. 

Na de euthanasie

 

Als de euthanasie eenmaal heeft plaatsgevonden rest je nog een andere vraag als baasje: wat wil je met het lichaam van je dier? In Nederland zijn er eigenlijk vier verschillende mogelijkheden. Je kunt je dier zelf begraven in je eigen tuin. Dat mag in principe onder bepaalde voorwaarden in heel Nederland op een paar uitzonderingen na. Check dit bij je gemeente. Je kunt je dier ook laten begraven op een dierenbegraafplaats. 

Een andere optie is om je dier te laten cremeren. Er zijn in Nederland meerdere diercrematoria verspreid over het land. Informeer jezelf goed over de verschillende opties waaruit je kunt kiezen bij een crematie. Voor iedere beurs is een crematie mogelijk. Na de crematie is er de mogelijkheid om de as van je dier terug te ontvangen (alleen bij individuele crematie mogelijk). Met de as kun je ook weer verschillende dingen doen. Je kunt het bewaren in een urn of in een sieraad of in een kunstvoorwerp. Maar je kunt er ook voor kiezen om het uit te strooien.

Ook is er de mogelijkheid van destructie. Er bestaan nogal wat misverstanden over de bestemming destructie. Bij destructie wordt een huisdier of paard verkleind, gescheiden en verwerkt tot diermeel en vetten die als (bio)brandstof dienen. Je kunt denken aan vloeibare biofuels (vetten) voor bedrijfsauto’s en diermeel (niet vette brandbare delen) als brandstof voor electriciteitscentrales. Omdat slecht brandbare vloeistoffen relatief duur is om te verbranden en weinig energie bevat wordt na de verkleining de massa gedroogd. Dit cradle to cradle principe is GEEN crematie, wat veel mensen wel denken! Bij een crematie gaat je dier ongeschonden in zijn originele staat in een installatie. Laat je je huisdier of paard achter bij de dierenartse en geef je niet aan welke bestemming je wenst, dan gaat je dier altijd naar de destructie. Voor achtergrondinformatie hierover kunt u terecht op www.watisdestructie.nl

Wij willen je waarschuwen dat het beeldmateriaal wat je te zien krijgt, schokkend kan zijn, maar het geeft duidelijk aan welke bewerking je dier ondergaat. Tot slot is er ook de mogelijkheid in de regio Utrecht om het lichaam van je dier beschikbaar te stellen aan de wetenschap, via het Dierendonorcodicil. Jouw dier wordt dan ingezet voor onderwijs aan dierenartsen in opleiding aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Voor dit onderwijs zouden anders proefdieren gebruikt worden. Dierenartsenpraktijken kunnen zich aanmelden voor deelname aan het Dierendonorcodicil.

Denk goed na welke keuze voor jou als baasje goed voelt. Er is geen goede of foute keuze. Ook bij het maken van deze keuze, kan het fijn zijn om met je eigen dierenarts de verschillende mogelijkheden te bespreken.

 

Rouw en verdriet

Na het verlies van je huisdier begint de rouwfase, dit proces is hetzelfde als na het verlies van een geliefde mens. In dit proces zijn verschillende fasen te onderscheiden. In het begin is er vaak onbegrip: je kunt je niet voorstellen dat je dier er echt niet meer is. Er kan ook sprake zijn van boosheid, omdat je dier er niet meer is. Al die gevoelens zijn normaal en mogen er zijn. Uiteindelijk is er de fase van acceptatie dat je dier er niet meer is en dat het leven weer verder gaat.

Hoe lang dit rouwproces precies duurt verschilt per persoon. De ene persoon kan beter omgaan met dit soort zaken dan de ander. Ook je eerdere ervaringen met het verlies van dierbaren kunnen hierbij een rol spelen. Verder maakt het ook uit wat voor binding je had met je dier. Als je samen met je dier veel hebt meegemaakt betekent het verlies van je dier vaak veel meer dan zijn eigen dood, maar hangt ook samen met een deel van jouw leven. Belangrijk bij het verwerken van verdriet is om er met mensen over te praten, die je begrijpen. Dat kan binnen het gezin, de familie, vrienden of bekenden zijn. Maar ook je dierenarts of assistente die je dier al jaren kende kunnen steun en een luisterend oor bieden. De meeste mensen die ooit zelf een huisdier hebben verloren begrijpen dat heel goed.

Soms kan het prettig zijn om een fotoboek van je dier te maken of op een andere wijze een herinnering te maken. Ook het wandelen op plekken waar je altijd liep met je hond kan heilzaam zijn bij het verwerken van je verlies. Doe het vooral op een manier die voor jou goed voelt.

Mocht het verlies van je huisdier zoveel impact op je hebben dat je niet meer goed kunt functioneren thuis en/of op je werk, dan is het goed om te weten dat er speciale hulpverleners zijn, die zich hebben toegelegd op ondersteunen van mensen bij rouw en verdriet. Je dierenarts kan je helpen om de juiste instantie/hulpverlener te vinden.

Het Platform interviewde Antoinnette Scheulderman:
‘Het was maar een dier,’ hoorde Antoinnette Scheulderman regelmatig toen ze rouwde om haar overleden hond Bubbels. Maar iedereen die ooit een huisdier heeft gehad, weet hoe innig de band tussen mens en dier kan zijn. Tachtig procent van de baasjes beschouwt hun huisdier als volwaardig onderdeel van het gezin, toch lijkt verdriet om de dood van een dier nog altijd taboe, iets waarvoor je je zou moeten schamen. Lees het gehele interview met Antoinnette Scheulderman