Interview met Henk den Hartog, dierenarts

Henk is In 1999 afgestudeerd als landbouwhuisdieren dierenarts. Lange tijd heeft hij gewerkt met zowel landbouwhuisdieren als gezelschapsdieren. De laatste jaren heeft hij zich toegelegd op de geneeskunde van gezelschapsdieren. Omdat hij het leuk vindt om steeds andere mensen te ontmoeten en in wisselende situaties te werken, besloot hij om geen eigen praktijk te beginnen, maar om een andere invulling te geven aan het vak dierenarts.

Hij werkte jaren als waarnemer in de praktijk. Momenteel doet hij alleen nog consulten/visites aan huis, in en rond Utrecht, voor vaccinaties en euthanasie. Voor andere diergeneeskundige zaken, zoals uitgebreid onderzoek of operaties, verwijst hij door naar collega dierenartsen met een praktijk. Daarnaast is hij ook docent-practitioner aan de faculteit diergeneeskunde voor bachelor en master studenten. Als hij in zijn werk leuke of gekke situaties meemaakte, schreef hij daar columns over.

Wat hem opvalt is, dat er zo weinig wordt uitgelegd door collega dierenartsen aan eigenaren. Er is juist zoveel te vertellen over een huisdier. Wat kun je zelf voelen, horen, zien en ook ruiken als eigenaar? Hij vindt het leuk om veel uit te leggen en te vertellen. Waaróm hij dingen doet in het algemene onderzoek. Zo begrijpt de eigenaar waar hij/zij zelf op moet letten om zijn/haar huisdier gezond te houden en leert deze in een vroeg stadium inzien wanneer een bezoek aan een dierenarts noodzakelijk is.

NB: als Platform proberen wij de term “inslapen” te vermijden omdat het (bij kinderen) een verkeerde associatie kan oproepen. Wij gebruiken bij voorkeur de term euthanasie of voor kinderen “helpen met doodgaan”. Dit n.a.v. kennis van Nienke Endenburg, GGZ psycholoog en medewerker FD, gedragskliniek voor dieren. 

  1. De aanleiding voor dit interview is de promotie van uw boekje “ de lege mand” (eerste druk in 2018) in het blad Dier-en- Arts van maart 2020. Wat was de reden voor u destijds om een boekje te schrijven over het onderwerp euthanasie bij gezelschapsdieren?

Het boekje is gebaseerd op columns, die ik de afgelopen jaren heb geschreven, over mijn belevenissen in de praktijk. De columns ben ik vanaf 2002 gaan schrijven, nadat ik in de praktijk in Nieuwegein, waar ik toen werkte, kennis had gemaakt met een jonge visueel gehandicapte vrouw en haar geleidehond. Zij wilde per se bij mij komen, omdat ik alles uitlegde wat ik deed en haar zelf ook dingen liet voelen. Er was meteen een klik tussen ons. Zij was lid van de NVG (Nederlandse vereniging geleidehondenbezitters) en vroeg of ik misschien een column zou willen schrijven voor hun verenigingsblad “de Beugel”. Ik dacht zelf “ ik kan helemaal niet schrijven”, maar zij was enthousiast over mij  “ hoe jij vertelt, zo enthousiast, probeer het nou maar gewoon”. En dat ben ik gaan doen. Columns schrijven over leuke dingen die ik meemaakte in de praktijk. Inmiddels heb ik er zo’n 70 geschreven. Ze zijn ook al op verschillende andere plekken gepubliceerd, bijvoorbeeld in het blad Arts-en-auto van de VVAA.

De reden waarom ik van de columns over euthanasie een boekje ben gaan maken, is weer een ander verhaal.

Via de intervisie groep Leusden, waar ik voorzitter van ben, kwam ik in contact met Quirine Stassen, dierenarts specialist neurologie van de faculteit diergeneeskunde. Zij hoorde dat ik ook wel eens lesgaf aan blinde mensen om zelf hun hond te kunnen onderzoeken en zo zelf de gezondheid van hun hond te bewaken. Zij vroeg mij of ik geen onderwijs practitioner wilde worden aan de faculteit. Ook toen dacht ik ”maar ik kan helemaal geen lesgeven”, maar zij stimuleerde mij om toch te solliciteren en dat heb ik gedaan. Ik doe dit werk nu alweer een paar jaar en ben er vanzelf ingegroeid. Ik bespreek opdrachten met studenten, geef les in algehele klinische diagnostiek en aanvullende diagnostiek. Er komen allerlei onderwerpen aan bod, zoals aangeboren hartafwijkingen, lever en nierproblemen, klachten van het centraal zenuwstelsel. Ik ging ook met studenten naar de Intensive care en dan moesten zij een patiënt helemaal uitwerken. Ik heb wel 50 verschillende werkcolleges gegeven en vind het enorm leuk om te doen. De studenten wisten op een gegeven moment dat ik ook columns schreef en vroegen er om. Eerst mailde ik die naar individuele studenten, maar later zijn ze ook gepubliceerd in het blad van de Solleysel en de DSK.

Coassistenten vroegen hem vervolgens specifiek om columns over euthanasie omdat ze daar zo weinig over leerden in de opleiding. Het idee om een boekje te maken met daarin mijn columns over euthanasie, is toen ontstaan. Nadat het boekje klaar was, bestond er echter nauwelijks belangstelling. Een paar studenten kochten het, maar daar bleef het bij. Toen een van de studenten het op de Facebook pagina van de DSK zette begon het te lopen. In juni zou er eigenlijk een debat plaatsvinden over euthanasie in restaurant Madame Jeanette op de faculteit, maar vanwege de corona crisis zal dat waarschijnlijk niet doorgaan. Ook is Henk gevraagd door Vetlink om werkcolleges te geven over euthanasie.

Op de faculteit is momenteel ook een promotieonderzoek gaande van Ellen Deelen over het onderwerp euthanasie bij dieren in het algemeen, onder begeleiding van professor Frank Meijboom.

Promotie onder consumenten van dit boekje is veel lastiger. Hij heeft het geprobeerd via Majesta waar hij mee samenwerkt voor crematies en via een dierenwinkel. Maar mensen bekijken het boekje niet, omdat ze er niet aan willen denken of er bang voor zijn. (PS: dit zelfde ervaren wij als Platform ook regelmatig) Op een kattenshow heeft Majesta het toen anders aangepakt. Daar zijn toen alleen maar folders neergelegd en die namen mensen wel mee. Er is dus zeker wel interesse in bij het publiek, maar niet te direct.

In het boekje staan juist veel goede tips. Bijvoorbeeld dat mensen iets moeten afspreken als ze op vakantie gaan en er iemand anders op hun dier past. Wat moet/mag er als het heel slecht gaat met het dier en de eigenaar er niet bij is? Als er niets geregeld is mag je niets als dierenarts. Hij is ook bekend met het boek van Antoinette Scheulderman “ Dan neem je toch  gewoon een nieuwe”. Bij de schrijfster is van alles misgegaan rond de euthanasie van haar Teckel. Dat een euthanasie zo misgaat is heel sneu voor het dier en voor het baasje.

Iedere cliënt moet je uiterst serieus nemen, en heel erg je best voor doen.

Henk omschrijft het als volgt “ Iedereen die bij je aanklopt, kan Jezus Christus zijn, dus behandel iedereen goed”. (Benedictijner monniken) 

Veel collega dierenartsen gaan wat Henk betreft niet empathisch en kortzichtig om met euthanasie. Ze besteden er onvoldoende tijd en aandacht aan en kijken niet vanuit het perspectief van de eigenaar. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor vaccinaties. De gemiddelde vaccinatie verloopt in de praktijk als volgt: hond op tafel, onderzoekje, prik erin, ontwormings pillen mee en volgend jaar terugkomen, dat is dan xx euro. Je bent als eigenaar op deze manier geen klap wijzer geworden. Henk doet nu 4 jaar geen praktijk werk meer, alleen nog vaccineren en euthanasie aan huis. Maar in zijn hele carrière heeft hij altijd veel uitgelegd ook aan veehouders. Hij was de dierenarts “die zoveel uitlegt”. Bij een vaccinatie is er heel veel informatie te geven: over dingen die je voelt, dingen die je hoort en waarom je moet ontwormen. Hij is niet goedkoop, maar cliënten betalen graag, omdat ze waar voor hun geld krijgen. Iets waar Henk zich ook aan stoort is, dat veel dierenartsen bij vaccinatie hetzelfde groene naaldje, waarmee ze het vaccin op zuigen, ook gebruiken voor de injectie van het dier. Dit is onnodig pijnlijk. Als je zo’n naald onder de microscoop bekijkt zie je dat deze al beschadigd is omdat er 2 x door een rubber dop geprikt is. Je moet dus altijd een nieuwe naald nemen voor de injectie van het dier. Voor katten en kleine hondjes gebruikt Henk altijd een oranje naaldje (NB: deze heeft een kleinere diameter dan een groen naaldje) dan voelen ze (bijna) niets. Als een hond/kat niets merkt van een vaccinatie, dan ben je een goede dierenarts voor de eigenaar (en ook voor het dier). 

  1. In het onderwijs op de faculteit wordt nog steeds maar heel beperkt aandacht besteed aan het onderwerp euthanasie (helaas). Wat zou wat u betreft in ieder geval aan de orde moeten komen in het onderwijs aan studenten?

Het aanbod in het onderwijs is echt minimaal (voor de toekomst wordt er aan gewerkt) wat het onderwerp euthanasie betreft en in de praktijk gaat het helaas nog vaak (onnodig)fout. Ik hoorde van een collega dat tegen coassistenten in de praktijk werd gezegd ”doe jij die euthanasie maar, daar kun je niets aan verpesten”.  Dan gaat dat natuurlijk mis en wordt er gezegd, dat moet je nog leren. Dat mag echt niet. Dit is respectloos naar het dier en naar de eigenaar. Voor je eigen gemoedsrust als student/jonge dierenarts is het goed om te weten welke middelen je moet gebruiken. Per praktijk is er vaak wel een bepaalde voorkeur voor middelen.

Maar het belangrijkste is dat je beseft wat de eigenaar mee maakt. Als je een hond van 14 jaar oud laat inslapen, gaat bij de eigenaar het hele leven van de hond van de afgelopen 14 jaar aan hem/haar voorbij. Je kunt niet “even” een euthanasie doen! Ik heb het ooit zelf 20 jaar geleden ook fout gedaan. Ik werd gebeld door een eigenaar van een hond die al overleden was. Ze wilden niet met de dode hond in huis blijven, dus belden ze mij of ze de hond naar de praktijk mochten brengen. Daar heb ik het dier in een plastic zak en in de vriezer gedaan. Dat was fout! Ik had het dier op tafel moeten leggen, de mensen afscheid laten nemen, en pas als de mensen weg zijn het dier in de vriezer moeten doen.

Tegenwoordig leg ik het dier in mijn auto op een plastickleed en met een deken over zich heen, zodat je nog wel zijn kop kan zien. Ik laat de mensen afscheid nemen en rijdt vervolgens stapvoets langs de eigenaren weg. De mensen bepalen hoe lang een euthanasie duurt, niet de dierenarts. Je moet aan studenten vertellen wat voor emoties er spelen. Ik heb ooit gehad dat een heel gezin ging bidden. Ze bedankten God voor alle fijne dingen die ze hadden meegemaakt met de hond. Je moet omgaan met het verdriet van de mensen. Ik voel me ook wel eens te veel en dan loop ik even naar de keuken of naar de tuin. Studenten zijn hier bang voor. Sterilisatie hond en euthanasie zijn één van de moeilijkste dingen in het vak van een gezelschapsdieren dierenarts. Je moet studenten hier goed op voor bereiden. 

In hun studie leren studenten heel goed om voor zichzelf op te komen en feedback te geven aan anderen. Maar ze leren (nog) niets over euthanasie. En ook in de praktijk gaat het helaas nog regelmatig fout. Een vriend van Henk moest zijn kat laten inslapen toen Henk in het buitenland was en kwam bij een collega terecht. Zijn kat was opgenomen in de praktijk en lag aan het infuus. Vanwege de medicijnen die de kat had gekregen leek hij op dat moment best monter. Het was dus best lastig om op dat moment de euthanasie te doen. De vriend en zijn gezin zaten bedroefd bij de kat te wachten, toen de dierenarts binnenkwam. Deze meldde dat hij geen tijd had, gaf de injecties en werkte de mensen zo snel mogelijk de praktijk uit. Deze vriend heeft hier 4 jaar later nog steeds last van. 

Henk heeft een bepaalde attitude wat betreft euthanasie, zelfs van landbouwhuisdieren zoals kippen, varkens en koeien. Hij aait ze altijd even over de kop en doet het met veel gevoel. Je kunt het zo uitrekenen dat je als gezelschapsdierenarts in een normale praktijk zo’n 200 euthanasiën per jaar doet. Veel studenten zijn hier bang voor. 

In het eerste jaar van de opleiding heeft Henk ook het vak “Professionaliteit in de diergeneeskunde” gegeven en daar heeft hij het ook over ethiek. Hij stelt dan de vraag wat is het verschil tussen een dierenarts en een vuilnisman? Dan geeft hij voorbeelden. Stel dat je op de eerste dag in de praktijk poezen moet steriliseren voor het asiel. Hun beleid is dat alle poezen gesteriliseerd moeten worden. Stel dat er een poes drachtig is, ga je dan door? Of er komt een eigenaar met een hond met een ernstige pyometra, maar hij heeft geen geld voor de operatie? Meestal willen studenten alles laten leven. Maar dan vraagt Henk, wat als je melk drinkt? Daar gaan soms mannelijke kalfjes voor dood. Of wat als je geitenkaas eet? Daar gaan mannelijke geitjes voor dood. Kippen etc. Een vuilnisman hoeft hier niet over na te denken, jij als dierenarts wel. 

  1. Mijn eigen ervaring als dierenarts is dat de meeste collega’s de euthanasie zelf technisch prima uitvoeren, maar dat er nog meer aandacht zou mogen zijn voor de eigenaar voorafgaand en na de euthanasie. Hoe denkt jij daar over? 

Ook tijdens de euthanasie zelf is het belangrijk dat je blijft vertellen wat je gaat doen en wat er gebeurt. Voor een eigenaar is het vaak helemaal niet duidelijk. Henk had laatst een hondje met ernstig hartfalen doorgestuurd naar een collega dierenarts. Daar bleek het zo ernstig dat het hondje toch geëuthanaseerd moest worden. De dierenarts die de euthanasie deed was vriendelijk, maar de eigenaar had geen goede ervaring. Voor hem kreeg de hond opeens een prik en toen sliep hij en daarna nog een prik en toen was de hond dood. Dat wist hij niet. Het was een kleine moeite geweest voor de collega om het even duidelijk uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. (NB: door emoties luisteren mensen dan vaak niet zo goed of begrijpen het niet. Je moet dingen dus heel duidelijk en soms meerdere keren uitleggen) 

Omdat Henk vaak niet de eigen dierenarts is van mensen vraagt hij bij het eerste telefonische contact voor een euthanasie afspraak altijd of mensen ook vast willen nadenken over wat ze na de euthanasie willen met het lichaam van hun dier. Hij neemt bij de euthanasie folders mee en laat die achter. De eigenaar neemt dan zelf contact op met bijvoorbeeld een crematorium of begraafplaats. Als mensen dat willen kan Henk ook het dier meenemen en naar het crematorium brengen. 

Bij een euthanasie is het belangrijk dat je niet je eigen gedachten/wensen volgt, maar de eigenaar vertelt wat er allemaal mogelijk is. Dat geldt eigenlijk hetzelfde voor behandeling van tumoren zoals bestralen en chemotherapie. Niet iedere eigenaar wil dit, maar je moet het wel noemen. Een voorbeeld uit zijn boekje is het verhaal van een Labrador van 13 jaar die bijna niet meer kon lopen. De hond had nog geen behandeling gehad met voer en pijnstillers. De eigenaren wilden hun hond dit traject besparen. Wie ben jij dan als dierenarts om mensen dat te ontnemen? Ik heb die hond toen geëuthanaseerd. 

  1. U werkt ambulant en komt bij de mensen thuis. Wat euthanasie betreft is dat vanuit het Platform de meest wenselijke situatie. Het scheelt heel veel stress voor het dier en de eigenaar. Merkt u aan eigenaren dat zij dit waarderen? Ook al bent u niet voor iedereen de vaste dierenarts. 

Bij binnenkomst voel je de situatie aan. Soms zitten mensen echt te wachten tot je er bent om de euthanasie te doen. Dan begin je meteen. Soms is het wat onzeker en dan ga je eerst even koffiedrinken en kom je aan de praat. Bent u al bij de dierenarts geweest, wat is het probleem van uw dier? Zo kwam Henk ooit bij een kat die als een zielig hoopje lag. Bleek de kat koorts te hebben en dat was goed te behandelen. Met antibiotica is de kat helemaal opgeknapt. De eigenaresse was daar heel blij mee. De kat leeft nu nog. Door te praten hoor je vanzelf hoe mensen erin zitten. Henk legt aan eigenaren precies uit wat er gaat en kan gaan gebeuren. Het dier kan bijvoorbeeld een diepe zucht geven of nog iets bewegen.

Henk is van zichzelf een open figuur en hij breekt gemakkelijk het ijs, ook als hij mensen nog niet kent. 

  1. Merkt u verschillen in beleving van eigenaren, nu en pak hem beet 10 jaar geleden, rond het levenseinde van hun huisdier? 

Ik merk duidelijk verschil. Tegenwoordig is crematie de norm. Begraven gebeurt een heel enkele keer. Bij crematie is het meestal de basis crematie, soms individueel. Ook paarden mogen tegenwoordig gecremeerd worden. In het verdriet dat mensen hebben na het verlies van hun huisdier ziet Henk echter geen verschil. 

Voor mensen die het eng vinden om erbij te blijven probeert Henk wel altijd te adviseren om in ieder geval bij de eerste prik te blijven. Je moet het dier dan niet alleen laten. Als het dier zijn ogen dicht doet moet het zijn baasje zien. Een enkele keer lukt dat niet. (NB: vanuit het platform adviseren wij dan altijd wel om het dier nog te zien als het overleden is. Dit kan heel behulpzaam zijn in het rouwproces)